Toen Anna gestrest idee na haar terugkeer van de middelbare school begon, begon ze aan haar telefoon te klampen.
Ze stapt op het aanrecht, probeert haar haar in een macabere knoop te binden, en doet dat altijd net als een plukje haar vast komt te zitten, waardoor ze zich weer op het belangrijke werk stort.
Een soort dat zijn schoen niet durft te zoeken. Weer een klaagzang over de wiskundewedstrijd. Een pasgeboren worstelt met de beker van de stoel.
Ons leven. Lawaaierig. Alledaags. Vol.
“Het wordt een geslaagd laatste verjaardagsfeest,” zegt hij met een lichte nadruk. “Blijf aan de Andarchs denken.”
Verwijderen met een korte beweging.
De put is leeg. Omdat hij overbodig prei is.
“Cocoțat?” vroeg ik.
Ze knipperde met haar ogen. “Wat heb je gedaan?”
‘Waarom ga je?’ vroeg ik, terwijl ik achterover leunde in mijn stoel. ‘Hoe kun je zeggen dat je thuis bent gebleven en de hele dag naar je zin hebt gehad?’
Hij draait zich langzaam naar mij toe.
“Co?”
Ik haalde mijn schouders op en voelde de irritatie die ergens vandaan kwam, zonder al te veel aandacht op ons te vestigen. “Kom op, Anna. Ik ben vast je klasgenoot, of je chirurg, de advocaat, de afgevaardigde van de minister. Wat denk je? Is er iemand alleen?”
De woorden zweefden als rook door de lucht.
Onmiddellijk na de verandering: de schouders verstijfden en de lippen bewezen zich samen tot een dunne lijn.
‘O,’ zei hij met zachte steel. “Va tutto bene.”
Niet gescheiden. Niet huilen. Als je omdraait, was dan de afwas, en dat vooral.
Ze is niet naar de alumnivereniging gegaan.
En ze sprak een aantal dagen niet met mij.
Je kunt het doen wanneer het jou is voltooid: als de calcineertijd voorbij is, serveer je de latte, wanneer je de kom met lichtjes neerzet. Maar de temperatuur was te laag. Een flexibele koffiemolen. Een hand die werd gecombineerd werd door mijn tapijt terwijl ik in de bende nadacht.
Als je hand naar de andere kant van de letter draait, vormt dat een stille muur op je lichaam die niet te beklimmen is.
Ik bleef mezelf maar vertellen dat ze te betrokken was.
Ik zei tegen mezelf dat ik gewoon de waarheid sprak.
Daarom staat er een grote doos op de veranda.
Anna’s naam stond in hoofdletters geschreven. Nee, het zal altijd het adres van de afzender zijn.
Dan is het tijd om de baby in de auto te zetten.
De onderzoekers werden gewekt.
Mijn geluidssysteem heeft maar één knop, en dat klopt niet. Ik heb het opengemaakt.
En zo goed is het in mij.